Grieks- Romeinse cultuurperiode 1800 – 100 v Christus

(in wording)

±1700- 1100 v. Chr.
Oude lijst van 36 sterren. Te Babylon: de god Marduk heeft het jaar geschapen, voor elke maand in het jaar had hij drie sterren gemaakt
±1700- 1100 v. Chr.
1550 – 1086 v. Chr.
Het Nieuwe Rijk van Egypte met Thebe als hoofdstad. Nieuwe gebieden werden veroverd, een rijk van Syrië tot Nubië. Farao’s uit deze tijd Achnaton en Nefertete, Toetanchamon, Ramses II en Ramses III
1550 – 1086 v. Chr.
13e eeuw v. Chr.
Grieken tegen Troje
13e eeuw v. Chr.
± 1100 – 700 v Chr.
31 sterren of stergroepen kregen van de Babyloniërs een naam
± 1100 – 700 v Chr.
± 800 – 600 v. Chr.
De oude Grieken noemen Venus als morgenster Phosphorus-Lucifer en als avondster Hesperos Mercurius werd als morgenster ook Mercurius genoemd en als avondster Apollo
± 800 – 600 v. Chr.
600 jr v. Chr.
Begin van de natuurwetenschap vanuit Griekenland Bij de Babylonische – Chaldeeuwse sterrenkundigen ontstond een sterrenwetenschap. Er werden constellaties opgetekend, door berekening trachtte men te weten te komen wat voordien intuïtief ervaren werd. Er werd bijvoorbeeld gekeken naar het teken waarin de Maan stond bij de heliakische opkomst van Sirius (ster uit sterrenbeeld Grote Hond). Op grond hiervan werd het weer en de oogst voorspeld.
600 jr v. Chr.
500 v. Chr.
Pythagoras ontdekte dat Phosphorus en Hesperos een en dezelfde planeet is en beleefde daarin twee verschillende verschijningsvormen van Aphrodite, godin van de schoonheid. Voor ons Venus.
500 v. Chr.
356 – 323 v. Chr.
Alexander de Grote veroverd vanuit Griekenland Klein Azië, Egypte, Babylon, het Perzenrijk waardoor oosterse en westerse beschaving gingen samensmelten
356 – 323 v. Chr.
300 v. Chr.
Ontstaan van de astronomie
300 v. Chr.
280 v. Chr.
Ontstaan van de 1e Griekse ‘Academie voor Astrologie’ op het eiland Kos
280 v. Chr.
162 – 126 v. Chr.
Hipparchus schrijft de 1e sterrencatalogus. Bij elk van de 48 sterrenbeelden had hij van alle sterren de plaats opgemeten. Van 850 sterren waren de plaatsen aan de hemel meetkundig aangegeven. Hij had de sterren op helderheid gerangschikt en ondergebracht in zes verschillende grootten, klassen (magnitude). Het hoogst genoteerde getal geeft het zwakste licht aan
162 – 126 v. Chr.
146 v. Chr
De Romeinen namen van de Grieken hun goden, sterrenbeelden en mythologie over. De goden, helden, sterrenbeelden en planeten kregen een Latijnse naam. Romeinse inlijving van Hellas; sindsdien komen Griekse kunsten, mythologie, wetenschappen en godsdienst Rome binnen en worden door de Romeinen op eigen wijze verwerkt
146 v. Chr