Egyptisch, Babylonisch, Chaldeeuws, Assirische cultuur (van ca. 4300 tot ca. 1800 v Chr.)

Astronomisch lentepunt in Stier, werkzaamheid op aarde: van 2907 tot 747 v. Chr.

Het bewustzijn is veranderd maar is nog steeds te omschrijven als een beeldbewustzijn of mythologisch bewustzijn. Het beleven van de lichtwereld achter de sterren maakt plaats voor het zintuiglijke zien van de sterren. De sterrenconstellaties werden beschouwd als een hemels schrift wat door sterrenwijzen of priesters gelezen kon worden. Daarmee ontstond de astrologie als ‘het woord of de taal van de sterren’. Deze astrologie speelde een belangrijke rol in het leven van de latere farao’s, maar ook in het vormgeven van de cultuur. Opmerkelijk is dat in verschillende culturen vanaf 3000 v. Chr. grote gebouwen verschijnen, zoals rond 2800 voor Christus de grote piramiden van Gizeh in Egypte. Ook ontstaan in verschillende culturen het schrift, zoals het spijkerschrift van de Soemeriërs rond 3000 v. Chr. en het hiërogliefenschrift van de Egyptenaren rond 2500 v. Chr. De Soemeriërs, Babyloniërs en Chaldeeën leefden deels na elkaar en deels naast elkaar in Mesopotamië, ook wel Tweestromenland genoemd naar de twee grote rivieren; de Eufraat en de Tigris.

De Babyloniërs groepeerden de sterren in sterrenbeelden. Ook verdeelden ze het jaar in 12 maanden van 30 dagen, mede gebaseerd op de maanfasen. Verder is bekend dat ze rekenden met drie verschillende getallenstelsels, nl. het 10-tallige, het 12-tallige en het 60-tallige stelsel. Het bijzondere van het 60-tallige stelsel is, dat 60 deelbaar is door 12 getallen namelijk 1, 2, 3, 4, 5 en 6 maar ook 10, 12, 15, 20, 30 en 60.  De 60 seconden in een minuut en de 60 minuten in een uur stammen hier vanaf. Ook de verdeling van de cirkel in 360 graden stamt af van de Babyloniërs.

De Chaldeeërs, die rond 1000 voor Christus Babylon binnendrongen, zijn begonnen met de zeven daagse week in samenhang met de zeven planeetgoden. Dit is door de Grieken en Romeinen overgenomen. Er zit een speciaal compositie geheim in de volgorde van de weekdagen en dit geheim kun je ontsluieren door te kijken naar de klassieke indeling van de zeven hemelen of planeetsferen. Je kunt ze opschrijven van ver af naar dichterbij, of van langzaam naar snel.

Het springt telkens van een binnenplaneet naar een buitenplaneet of geocentrisch beschouwd van een onder-zonnige planeet naar boven-zonnige planeet.

De Egyptische cultuur was zeer sterk georiënteerd op de sterren. De piramiden waren zeer exact op de vier windrichtingen georiënteerd, iets wat alleen lukt op basis van zeer nauwkeurige astronomische waarnemingen van de bewegingen van zon, maan en sterren. De ventilatieschachten van de piramide van Gizeh zijn gericht op belangrijke sterren uit het sterrenbeeld Orion; de noordelijke schacht vanuit de koningskamer was gericht op de ster Thuban bij zijn culminatie, het toenmalige equivalent van de Poolster, de zuidelijke schacht was gericht op Zèta Orionis, de linker gordelster van Orion. Volgens een bepaalde opvatting zou deze gerichtheid op de gordelsterren van Orion (nabij de hemelequator) zo bedoeld zijn dat de geest van de farao na diens overlijden naar Orion zou kunnen reizen. Orion representeerde voor de Egyptenaren de godheid Osiris en de cyclus van geboorte, leven, dood en wederopstanding. Dat het hele leven erg gericht was op het leven na de dood blijkt uit de prachtige graven, de grafschatten en uit het Egyptische dodenboek, waar beschrijvingen en spreuken in staan die de overleden ziel kunnen helpen bij het leven na de dood.

± 3000 jr v. Chr.

De Babylonische en Egyptische priesters ervoeren aan de hemel geestelijke wezens.
Venus als morgenster was voor hun de oorlogsgodin Dilbat, de avondster was de liefdesgodin Ischtar

± 3000 jr v. Chr.
2613 – 2160 v. Chr.
Het Oude Rijk van Egypte
2613 – 2160 v. Chr.
2500 v. Chr.
De beroemde piramiden van Gizeh. Cheops (de grootste), Chefren en Mykerinos
2500 v. Chr.
2040 – 1750 v. Chr.
Het Middenrijk van Egypte. Mentoehotep was de eerste farao
2040 – 1750 v. Chr.
± 2700 – 1200 v. Chr.
Hoge Minoïsche beschaving op Kreta. Er waren contacten met Egypte, Azië, Griekenland. Belangrijkste steden: Knossos en Phaisto
± 2700 – 1200 v. Chr.
± 2000 – 1200 v. Chr.
De tijd van de Hellenen of Grieken die langzamerhand de Minoïsche beschaving overnemen. In deze tijd spelen de meeste heldensagen zich af
± 2000 – 1200 v. Chr.